Hebben jullie ooit gehoord van de Uckemark? Dat is een gebied in het noordoosten van Brandenburg, ze hebben het in lang vervlogen tijden genoemd naar het riviertje de Ucke. Eindeloos grote wouden, een ketting van meren waar kristalheldere riviertjes door stromen, schilderachtige dorpen met een gemengd duits/slavische bevolking. Zoals alle grensgebieden is deze streek door de eeuwen heen geteisterd door eigen landheren en doortrekkende troepen. De 30-jarige oorlog heeft de bevolking letterlijk gedecimeerd.
Tot dat de \Hohenzollerns orde op zaken stelde. Zij vestigden vanuit Brandenburg een weldoortimmerde pruisische staat, die helaas door de troepen van Napoleon onder de voet werd gelopen. Napoleon staat bij ons nog steeds te boek als een militair genie. Het door de Soldatenkoning Friedrich Wilhelm gestichte leger was ook niet mis, maar werd onder zijn zoon Frederik de Grote in de pan gehakt door de Franzosen. Een bittere pil voor de trotse Frederik, maar hij bleef niet zitten mokken. Hij ging met zijn generaals om tafel zitten en na enige heen en weer praten men stelde vast waar het in hun sterke pruisische leger aan had geschort,namelijk: zij schoten met bovenladers….terwijl Napoleon persoonlijk had geregeld dat de grande armee met voorladers ten strijde trok. Stelt u zich dat voor: als je een geveer van boven laadt dan sta je rechtop in dat kruit te stampen, en het kost veel tijd. De Fransen konden hun geweren gewoon liggend op hun buik laden, waren onzichtbaar en wonnen de veldslagen. Waarschijnlijk een stunt die Napoleon had geleerd van de struikrovers op Corsica.
Het genie van Napoleon hield zich niet bezig met de uitrusting van zijn armee, dus toen ze voor Moskou lagen hadden ze al geen schoenen meer aan hun voeten, hadden niets meer te eten, dus de stumpers zijn doodgevroren, en uitgehonderd teruggedreven door de Russen. Je kan van Russen zeggen wat je wilt, maar samen met hun winter kunnen ze grote dingen tot stand brengen.
Pruisen en Rusland zijn heel lang bondgenoten gebleven. Polen dat voor allebei een beetje in de weg lag, werd gedeeld, soms opgeheven, maar nu is het er weer, nog is Polen niet verloren….en de Polen hebben liever met hun wester- dan met hun oosterbuur te maken.
Verveel ik u? Bitte entschuldige, ik heb dagenlang college gekregen van mijn hooggeleerde duitse zwager. Tussen de zorg voor zijn schapen, kippen, eenden en studenten door vond hij de tijd om mijn onverzadigbare nieuwsgierigheid te bevredigen. Het is voor een mens uit het kleine kleine zuidlimburg een bijzondere ervaring om de historie van zo’n enorm gebied om je heen te voelen, niet alleen de vorming van de staat, maar ook de geologische vorming. Twee ijstijden hebben het gevormd, je ziet het aan de grillige loop van de eindmorenes, toen grote massa’s landijs uit Scandinavie kwamen aanschuiven. In de langwerpige meren herken je nog de vorm van de gletschers die de bodem uitgesleten hebben. Het is een prachtig golvend landschap, bedekt door eindeloze wouden, doorsneden door een ketting van heldere meren. De schilderachtige dorpen en stadjes liggen op grote afstand van elkaar. Zo moet Rusland aanvoelen, dacht ik, en ik bereidde mij voor om mijn eerste ontmoeting met een roedel wolven. Maar die lieten zich niet zien.
Wel kraanvogels, en rare schreeuweige duiven…… ze zaten op het dak van de schapenstal. Maar het waren kraaien, grijze kraaien, die ze daar Nebelkrähen noemen. Wij zeggen bonte kraaien, in Limburg heb je die niet.
Mijn zwager bracht mij naar Berlijn voor de thuisreis. Per auto naar Fúrstenberg en van daar op de trein naar Berlijn.Ik stelde tevreden vast dat het nieuwe Berliner Hauptbahnhof veel mooier, transparanter, en publieksvriendelijker is dan die tochtige betonklots in Luik. Het station is een druk knooppunt maar neemt niet veel ruimte, de sporen liggen boven elkaar, in de lift naar perron 13 zag ik de onderste perrons in de diepte verdwijnen. Dan stap je op de internationale trein naar Schiphol, een rare gewaarwording, ineens zie je weer Hollanders. Nee Wiel, geen Nederlanders, maar Hollanders. Limburgers gaan niet naar Berlijn, die gaan naar de Turkse riviera.
En ja, op weg naar Fürstenberg kwamen we langs een bord: Gedenkstatte Ravensbrück, 6 Kilometer. Ik wou dat ik dat niet had gezien.